Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Aardappelen met vis, samen aan de dis

“Er is geen pittoresker dorp aan de Zuiderzee dan Urk, en geen charmantere bevolking, die, hoewel ze bijna volledig uit vissers bestaat, zo gastvrij en prettig in de omgang is als men zich zou kunnen wensen. Vanaf het eerste moment dat Urk in zicht verschijnt, is men onder de indruk van de mooie witte vuurtoren, de grijs gekleurde kerk met zijn groene toren, een groep huizen gelegen op een heuvel in charmante onregelmatigheid, en een paar bomen die hun sombere tinten vermengen met het dieprode van de dakpannen,” zo schreef de Franse cultuurhistoricus Henry Havard toen hij in 1873 het eiland Urk aandeed als onderdeel van een zeiltocht die hij met een tjalk over de Zuiderzee maakte.

Havard vervolgt zijn eerste kennismaking met Urk als volgt: “De goede indruk die op het eerste gezicht wordt gevormd, wordt vergroot naarmate men Urk dichter nadert, want de rode, groene en zwarte huizen steken opvallend af tegen lucht en zee. Het vervult je hart van vreugde om de kleine haven te zien, vol met vissersboten die zorgvuldig afmeren; hun rode vlaggen wapperen, terwijl zwarte palen de pier ondersteunen en de hellende werf bedekt is met groen.”

Een andere schrijver, Jacob van Lennep, doet Urk een halve eeuw eerder, in 1823, aan tijdens een wandeltocht door Nederland, die later is bewerkt tot het boek ‘De Zomer van 1823’. Eén van zijn notities: “Elke inwoner heeft een koe en een kalf, wat veroorzaakt dat er, gerekend naar de grootte van het eiland, teveel runderen zijn.”

We zijn inmiddels bijna 200 jaar verder, er is in de tussentijd veel veranderd. De Afsluitdijk maakte in 1932 van Zuiderzee IJsselmeer, in 1939 werd Urk met een dijk verbonden met Lemmer, en in 1942 viel de Noordoostpolder droog en was Urk definitief geen eiland meer. Dat deed pijn. Ondanks de grote gevolgen die dit voor Urk had, heeft het zich in de decennia die volgden stormachtig ontwikkeld en kent het tegenwoordig een bloeiende economie waar de visserij nog steeds een belangrijke pijler is, maar waar ook andere bedrijfstakken tot wasdom zijn gekomen. Urk heeft net als Noordoostpolder een raderwerk dat de economie soepel laat draaien. En het mooie is dat de beide gemeenten op economisch vlak al samenwerken: samen met Dronten trekken Urk en Noordoostpolder op binnen Flevoland én binnen de Regio Zwolle.

Dat samenwerken vindt nu veelal plaats op college-niveau, zo zien de wethouders elkaar geregeld. Als we onze focus richten op samenwerking tussen beide gemeenteraden blijkt dit toch wat anders te liggen. Eigenlijk gebeurt er, op de contacten tussen enkele raadsfracties van Noordoostpolder en Urk na, niet zoveel. Er zijn in het verleden wel eens pogingen gedaan dit wat vlot te trekken, maar een doorslaand succes is dat nooit geworden. Vandaag een nieuwe poging. Waarom? Omdat wij er als indieners van deze motie van overtuigd zijn dat een betere samenwerking in beide gemeenten bijdraagt aan het behalen van onze sociaaleconomische doelstellingen. Er zijn veel belangen die Noordoostpolder en Urk gemeen hebben. Er wordt al opgetrokken bij bepaalde onderwerpen, de betrokkenheid bij de lobby voor de Lelylijn is een mooi voorbeeld.

Deze motie wordt ingediend omdat wij denken dat door een betere afstemming tussen de kwaliteiten en belangen van beide gemeenten er zowel voor Noordoostpolder als Urk nieuwe kansen in het verschiet liggen. Kansen die onbenut blijven als we elkaar niet wat vaker opzoeken. Noordoostpolder en Urk zijn twee gemeenten met verschillende karakters. Die authenticiteit is prachtig, maar juist door die twee verschillende karakters is het goed om eens wat vaker bij elkaar over de vloer te komen. Een betere samenwerking begint immers bij onderling begrip, openheid en betrokkenheid. Een jaarlijks terugkerende Noordoostpolder-Urk ontmoeting tussen beide gemeenteraden kan hier naar onze overtuiging een belangrijk steentje aan bijdragen. Aardappelen met vis, samen aan de dis!

Gepubliceerd op 17-12-2019 - Laatst gewijzigd op 17-12-2019